Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 februari 2021;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 20 april 2021.
2.De feiten
- [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] ”).
3.De vordering
althans meer subsidiair (4) de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen en / of de overeenkomst te ontbinden wat het uitsluitende gebruik van de woning door [gedaagde partij] voor onbepaalde tijd betreft,
althans uiterst subsidiair de overeenkomst te vernietigen wat het uitsluitende gebruik van de woning door [gedaagde partij] voor onbepaalde tijd betreft,
en in dat kader (steeds)
geeft verder aan dat hij niet langer aansprakelijk wil zijn voor de op de woning rustende hypothecaire geldlening. Zolang hij namelijk aansprakelijk is voor de hypothecaire geldlening is het voor hem niet mogelijk om met zijn huidige partner een nieuwe, grotere woning te kopen. [gedaagde partij] voert aan dat zijn huidige (huur)woning veel te klein is voor zijn samengestelde gezin.
4.Het verweer
5.De beoordeling
In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen in artikel 1.1.1 overeengekomen:
“dat [gedaagde partij] en de kinderen voor onbepaalde tijd gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruiken van de gemeenschappelijke woning”.Hoewel de rechtbank op basis van een zuiver taalkundige uitleg hierin veeleer een gebruiksrecht leest, hebben partijen, zoals blijkt uit de processtukken en hetgeen zij tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, kennelijk met artikel 1.1.1 de bedoeling gehad om de verdeling van de woning uit te sluiten. De rechtbank stelt daarom vast dat partijen met de in artikel 1.1.1 van de vaststellingsovereenkomst gemaakte afspraak, hebben afgesproken de woning onverdeeld te laten.
Dat [gedaagde partij] in de woning verblijft en één van de kinderen daar haar hoofdverblijfplaats heeft, acht de rechtbank - ook in samenhang met de overige door [gedaagde partij] aangehaalde argumenten - evenmin van voldoende gewicht nu een echtscheiding veelal met zich brengt dat beide partijen moeten verhuizen en de woonsituatie dus ook voor de kinderen van het gezin, die inmiddels (jong-)meerderjarig zijn, wijzigt.