Op 26 maart 2019 werd verdachte in Eck en Wiel staande gehouden door politie voor een verkeerscontrole. Verdachte werd beschuldigd van het negeren van een stopteken en het opzettelijk inrijden op een verbalisant met een tractor, wederspannigheid bij aanhouding en het beledigen van een verbalisant met de woorden "vuile hond".
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen en processen-verbaal van de verbalisanten onvoldoende betrouwbaar waren vanwege onregelmatigheden en buitensporig geweld door de politie. Hierdoor werden deze verklaringen uitgesloten van het bewijs. Op basis van het overige bewijs kon niet worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk op de verbalisant was ingereden of zich had verzet. Verdachte werd daarom vrijgesproken van deze feiten.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte de verbalisant beledigde. Gezien het buitensporige geweld dat door de politie op verdachte werd toegepast, legde de rechtbank geen straf of maatregel op. Daarnaast werd de civiele vordering van de benadeelde partij afgewezen omdat het ten laste gelegde feit waarvoor schadevergoeding werd gevorderd niet bewezen was.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de bewezenverklaarde belediging, de omstandigheden waaronder deze plaatsvond en de persoonlijke situatie van verdachte. Het vonnis werd uitgesproken op 12 januari 2021 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem.