Uitspraak
Stichting Thius
Rechtbank Gelderland
Huurder verhuurt sinds 2015 een woning met een pad aan de zijkant dat deels uit tegels en deels uit grind bestaat. De huurder vordert herstel van de verzakte tegels, huurprijsvermindering en vergoeding van buitengerechtelijke kosten omdat hij meent dat het pad een oprit is die geschikt moet zijn voor zijn auto, mede vanwege zijn medische situatie.
De verhuurder betwist dat het pad een oprit is en stelt dat de verzakking is veroorzaakt doordat de huurder het pad als oprit heeft gebruikt, wat niet conform de bestemming is. De verhuurder overlegt een foto uit 2014 waaruit blijkt dat het pad een tuinbestemming heeft en geen oprit is.
De kantonrechter oordeelt dat het pad niet als oprit is verhuurd en dat de verzakking het gevolg is van het gebruik door de huurder zelf. Hierdoor is er sprake van een omstandigheid die aan de huurder is toe te rekenen, zodat geen sprake is van een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro. De vorderingen worden afgewezen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder worden afgewezen omdat de verzakking aan hem is toe te rekenen en geen gebrek vormt.