ECLI:NL:RBGEL:2021:278
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring klaagschrift wegens overschrijding beslistermijn inhouding rijbewijs
Klaagster werd verdacht van het rijden onder invloed van alcohol en cocaïne op 11 november 2020, waarna haar rijbewijs werd ingevorderd. De officier van justitie besloot het rijbewijs vijf maanden in te houden. Klaagster diende een klaagschrift in omdat de beslissing tot inhouding niet binnen de wettelijke termijn van tien dagen na de dag van invordering was genomen.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke termijn van tien dagen begint te lopen vanaf de dag van de invordering, welke wordt gezien als het moment waarop de opsporingsambtenaar de vordering tot overgifte van het rijbewijs doet, ongeacht of het rijbewijs feitelijk is overhandigd. De rechtbank verwierp de stelling dat de termijn pas begint bij feitelijke overhandiging.
Omdat de officier van justitie niet binnen deze termijn een beslissing nam, moet het rijbewijs worden teruggegeven. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en beval de teruggave van het rijbewijs. De beslissing bindt niet de rechter in de strafzaak die een zelfstandig oordeel zal vormen over de rijbevoegdheid.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt teruggegeven wegens overschrijding van de beslistermijn.