Eisers verzochten handhaving tegen het gebruik van een perceel door een grondverzetbedrijf, dat volgens hen in strijd was met het bestemmingsplan ‘Doetinchem Buitengebied’. Verweerder wees het handhavingsverzoek af op grond van het toen geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’, dat later door de Afdeling bestuursrechtspraak werd vernietigd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij de beslissing op bezwaar de vernietiging van het bestemmingsplan had moeten betrekken, omdat dit het gebruik van het perceel illegaal maakte. Het niet betrekken van deze omstandigheid leidt tot strijd met artikel 7:11, tweede lid, van de Awb, waardoor het beroep gegrond is.
Verder stelt de rechtbank vast dat de omgevingsvergunning voor de loods op het perceel slechts betrekking heeft op de loods zelf en niet op het gebruik van omliggende gronden. Het gebruik van deze omliggende gronden voor het bedrijf is niet toegestaan zonder nadere toetsing. De rechtbank wijst ook het standpunt af dat een ontwerp-beheersverordening concreet zicht op legalisatie biedt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers en draagt op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.