Op 8 januari 2020 is de erflater overleden zonder testament, waardoor het Nederlands wettelijk erfrecht van toepassing is. De nalatenschap bestaat uit onroerende zaken, waaronder een perceel landbouwgrond. De erfgenamen zijn verzoeker (voor de helft), verweerder (voor een kwart) en belanghebbende (voor een kwart).
Verzoeker verzoekt de kantonrechter om een beheerregeling zodat hij namens de nalatenschap kan procederen tegen een mede-erfgenaam over een erfgrensgeschil en een pachtovereenkomst kan sluiten. Verweerder verzoekt afwijzing van dit verzoek en stelt voor een onafhankelijke derde aan te wijzen voor beheer.
De kantonrechter oordeelt dat het erfgrensgeschil onderdeel is van de verdeling van de nalatenschap en dat vorderingen tussen deelgenoten in die verdeling moeten worden betrokken. Een beheerregeling die beschikkingshandelingen mogelijk maakt, is niet toegestaan volgens de artikelen 3:168 en 3:170 BW. Het verzoek om namens de nalatenschap te procederen en een pachtovereenkomst te sluiten wordt daarom afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het tegenverzoek van verweerder wordt eveneens afgewezen. De beschikking is uitgesproken op 11 juni 2021 door kantonrechter M.C.J. Heessels.