De rechtbank Gelderland behandelde op 14 juni 2021 de zaak tegen een ex-militair die werd verdacht van bezit van kinder- en dierenpornografisch materiaal op zijn telefoon. Het onderzoek startte na inbeslagname van zijn telefoon in een strafrechtelijk onderzoek naar handel in verdovende middelen. Tijdens dat onderzoek werden ook afbeeldingen op de telefoon bekeken, waarbij enkele kinder- en dierenpornografische afbeeldingen werden aangetroffen.
De verdediging stelde dat het onderzoek onrechtmatig was omdat de afbeeldingen niet relevant waren voor het oorspronkelijke onderzoek en dat het bewijs daarom uitgesloten moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek rechtmatig was, mede omdat verdachte zelf de toegangscode had verstrekt. De officier van justitie eiste een voorwaardelijke taakstraf, maar de verdediging vorderde vrijspraak.
De rechtbank overwoog dat het enkele feit dat de afbeeldingen op de telefoon stonden niet voldoende bewijs is voor bezit, omdat daarvoor (voorwaardelijke) opzet vereist is. Verdachte verklaarde dat hij zijn telefoon tijdens oefeningen niet bij zich had en dat afbeeldingen automatisch werden opgeslagen via WhatsApp, zonder dat hij deze bewust had bekeken of geweten had dat ze aanwezig waren. Dit leidde tot twijfel over zijn opzet.
Gezien het ontbreken van bewijs dat verdachte bewust was van het bezit van de strafbare afbeeldingen, sprak de rechtbank hem vrij van alle tenlastegelegde feiten.