Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de wrakingskamer in een lopende procedure, waarbij hij ernstige beschuldigingen uitte over partijdigheid en corruptie. Het verzoek werd ingediend na behandeling van een eerder wrakingsverzoek, en bevatte onder meer verwijten over een vermeende deal met een narcist en het kapotmaken van zijn bedrijf.
De rechtbank beoordeelde dat een wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend zodra de omstandigheden bekend zijn. Verzoeker diende het verzoek vier dagen na de zitting in, zonder redelijke verklaring voor deze vertraging. Daarom werd het verzoek als te laat en niet-ontvankelijk verklaard. Tevens oordeelde de rechtbank dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikte om de voortgang van de procedure te frustreren.
De rechtbank besloot dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze procedure niet meer in behandeling worden genomen. Er is geen reden voor een mondelinge behandeling, en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.