Uitspraak
Stichting Woonstede
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vorderde Stichting Woonstede betaling van een huurachterstand van €1.913,78 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van €287,07 van de huurder. De kantonrechter stelde vast dat de huurder inderdaad een huurachterstand had laten ontstaan en dat de incassokosten terecht waren en in overeenstemming met het Besluit buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormde, maar dat deze tekortkoming niet rechtvaardigde tot ontbinding van de huurovereenkomst. De achterstand bedroeg minder dan drie maanden, de lopende huur werd betaald en er werd maandelijks afgelost op de achterstand. Tevens speelde mee dat de huurder al sinds januari 2020 een verzoek tot huurverlaging had ingediend, waarop Woonstede pas in december 2020 had beslist.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde werden daarom afgewezen. Omdat partijen deels in het ongelijk waren gesteld, werden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd. De uitspraak werd mondeling gedaan en onmiddellijk na de zitting uitgesproken op 20 mei 2021.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en incassokosten, terwijl de ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen.