Eisers hebben een woning gekocht van de heer [naam 3] die slechts gedeeltelijk beschikkingsbevoegd was, omdat de woning onderdeel was van een huwelijksgoederengemeenschap. Na het overlijden van [naam 3] weigert zijn erfgenaam, de dochter [gedaagde], mee te werken aan de bekrachtiging van de levering en ontruiming van de woning.
De rechtbank oordeelt dat de erfgenaam de rechten en verplichtingen van haar vader overneemt, waaronder de koopovereenkomst met eisers. De koopovereenkomst is niet nietig, ondanks dat [naam 3] alleen handelde terwijl hij slechts samen met [gedaagde] bevoegd was. Ook het beroep op wilsonbekwaamheid en misbruik van omstandigheden faalt, omdat onvoldoende is gebleken dat [naam 3] ten tijde van de koop geestelijk niet wilsbekwaam was of dat er sprake was van misbruik.
De rechtbank veroordeelt [gedaagde] om mee te werken aan de bekrachtiging van de levering met terugwerkende kracht tot 2016, en bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van haar medewerking indien zij weigert. Tevens wordt zij veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen vijftien dagen, met machtiging voor eisers om de ontruiming met behulp van politie en justitie af te dwingen op kosten van [gedaagde].
De kosten van het geding worden aan de zijde van [gedaagde] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.