De rechtbank Gelderland behandelde het verzoek van een schuldenaar om schuldeisers te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De schuldenaar had een schuld van ruim €39.000 en bood een regeling aan waarbij een prognose van circa 3,45% van de vordering over 36 maanden werd voorgesteld. Negen van elf schuldeisers stemden in, maar twee verweerders, waaronder een woningcorporatie en een particuliere verhuurder, weigerden.
De rechtbank oordeelde dat de schuldregeling niet deugdelijk was voorbereid door de schuldhulpverlener. Zo was niet alle schuld, zoals mutatiekosten, correct opgenomen en ontbrak een duidelijke onderbouwing van het aanbod. Ook was niet meegenomen dat de schuldenaar al een spaarsaldo had bij de beschermingsbewindvoerder, wat het aanbod financieel niet maximaal maakte.
Verder vond de rechtbank dat verweerders in redelijkheid konden weigeren. De weigering was gerechtvaardigd door de onduidelijkheid van het aanbod en de omstandigheden van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De schuldenaar had onvoldoende inspanningen verricht om de schulden te voldoen en had zijn verhuurder niet tijdig geïnformeerd.
De rechtbank wees het verzoek af en kondigde aan dat over het schuldsaneringsverzoek apart zal worden beslist. Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.