De besloten vennootschap [bedrijf 1], actief in de bouwsector, verzoekt de rechtbank om een afkoelingsperiode toe te wijzen op grond van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Dit verzoek is gedaan om de onderneming te beschermen tegen dreigende faillissementsaanvragen en executiemaatregelen van schuldeisers, waaronder beslagleggingen en pandrechten.
De rechtbank constateert dat de onderneming te maken heeft met een schuldenlast van circa €330.000 en dat een belangrijke schuldeiser dreigt faillissement aan te vragen. Daarnaast is er een pandhouder die beslag heeft gelegd op vorderingen en roerende zaken, wat de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten bedreigt. De afkoelingsperiode is noodzakelijk om de onderneming in staat te stellen een akkoord voor te bereiden en de bedrijfsvoering voort te zetten.
De rechtbank wijst het verzoek toe voor een periode van twee maanden, ingaande 21 januari 2021, met de beperking dat de pandhouder zijn bevoegdheden behoudt conform de pandakte. Verzoekster dient uiterlijk 21 februari 2021 schriftelijk te rapporteren over de voortgang van de akkoordprocedure, inclusief een concreet reorganisatieplan en een lijst van betrokken schuldeisers.
Deze beslissing draagt bij aan het doel van de WHOA om ondernemingen in financiële moeilijkheden de mogelijkheid te bieden een akkoord te sluiten met schuldeisers buiten faillissement om, waarbij de belangen van alle schuldeisers worden gewogen en de continuïteit van de onderneming wordt bevorderd.