De vader verzocht de kinderrechter om een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) betreffende de verzorging en opvoeding van zijn twee minderjarige kinderen geheel te laten vervallen. Hij gaf aan dat het vertrouwen in de hulpverlening was geschaad, waardoor verdere samenwerking moeilijk zou zijn.
De GI had de schriftelijke aanwijzing gegeven omdat de vader niet met de gezinsvoogd wilde overleggen, wat volgens de GI noodzakelijk was voor het belang van de kinderen. De kinderrechter behandelde het verzoek samen met een verzoek tot bekrachtiging van dezelfde schriftelijke aanwijzing.
De kinderrechter stelde vast dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig was voorbereid, deugdelijke motivering bevatte en in het belang van de minderjarigen was. De schriftelijke aanwijzing werd bekrachtigd, waardoor er geen grond meer was om deze vervallen te verklaren.
Daarom wees de kinderrechter het verzoek van de vader af en verwees voor de volledige motivering naar de beschikking betreffende de bekrachtiging. De beslissing werd mondeling uitgesproken op 14 januari 2021 en schriftelijk vastgesteld op 27 januari 2021.