ECLI:NL:RBGEL:2021:3949
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt objectieve rechtvaardiging onderscheid vaste en tijdelijke ambtenaren in BBWR
Eiser, een ambtenaar met een tijdelijke aanstelling die niet werd verlengd, verzocht om een aanvullende uitkering op grond van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk (BBWR). Deze aanvraag werd afgewezen omdat het BBWR alleen voorziet in aanvullende uitkeringen voor ambtenaren in vaste dienst.
Eiser betoogde dat het onderscheid tussen vaste en tijdelijke aanstellingen in strijd is met artikel 125h van de Ambtenarenwet, dat onderscheid in arbeidsvoorwaarden op grond van het tijdelijke karakter van de aanstelling verbiedt, tenzij objectief gerechtvaardigd. Hij stelde dat het onderscheid niet objectief gerechtvaardigd is en wees op Europese jurisprudentie die budgettaire motieven niet als rechtvaardiging accepteert.
De rechtbank oordeelde dat het BBWR een legitiem doel dient, namelijk de zorgplicht van de overheid en het belonen van trouwe dienst. Ambtenaren in vaste dienst mogen gerechtvaardigde verwachtingen hebben over voortzetting van hun dienstverband, wat bij tijdelijke aanstellingen niet het geval is. Het middel om alleen vaste ambtenaren aanvullende uitkeringen toe te kennen is passend en noodzakelijk.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de brief van 23 maart 2020 een besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaat. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag aanvullende uitkering op grond van het BBWR is ongegrond verklaard.