In deze civiele zaak vordert de moeder vergoeding van bedragen die haar zoon zonder haar toestemming zou hebben toegeëigend. De bedragen betreffen onder meer betalingen voor auto's en schenkbelasting. De zoon en andere getuigen worden gehoord om tegenbewijs te leveren.
De rechtbank weegt de getuigenverklaringen en de overgelegde testamenten en concludeert dat de zoon onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd om de stellingen van de moeder te ontzenuwen. De bedragen van € 11.500, € 10.500 en € 10.536 worden toegevoegd aan een eerder vastgesteld bedrag, waardoor het totaal op € 52.306,40 komt.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het feit dat de zoon de financiële administratie van zijn moeder beheerde, hij niet bevoegd was zonder toestemming zulke bedragen aan zichzelf of zijn gezin toe te eigenen. De zoon wordt veroordeeld tot vergoeding van het totale bedrag van € 61.506,40 inclusief een bedrag dat nog op zijn spaarrekening staat, vermeerderd met wettelijke rente.
De vorderingen tegen de partner van de zoon worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van onrechtmatig handelen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.