Energie Consult Holding B.V. en haar werkmaatschappij zijn betrokken in een geschil met een voormalige aandeelhouder en bestuurder die aanspraak maakt op herbenoeming als bestuurder op basis van een aandeelhoudersovereenkomst. De aandeelhouder stelt dat hij recht heeft op herbenoeming zolang hij nog vorderingen op de vennootschap heeft. De vennootschap en andere aandeelhouders hebben echter de openstaande vordering in 2019 volledig afgelost.
De aandeelhouder vordert nakoming van de aandeelhoudersovereenkomst en medewerking aan zijn herbenoeming, met een dwangsom bij niet-nakoming. De tegenpartij voert aan dat de vordering niet toewijsbaar is, omdat het benoemingsrecht niet geldt voor betwiste rentedervingsvorderingen en benoeming niet tegen de wil van de meerderheid kan worden afgedwongen.
De rechtbank oordeelt dat benoeming van bestuurders plaatsvindt via de algemene vergadering van aandeelhouders en dat het besluit van 28 mei 2020, waarin de herbenoeming werd verworpen, rechtsgeldig is. De aandeelhoudersovereenkomst bevat geen expliciete stemverplichting voor de tegenpartij en de voorwaarde van een openstaande vordering is niet vervuld omdat de lening volledig is afgelost. Bovendien is herbenoeming niet in het belang van de vennootschap vanwege verstoorde verhoudingen.
De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt de eiser in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat contractuele stemverplichtingen niet zomaar een bestuursbenoeming kunnen afdwingen en benadrukt het belang van het vennootschappelijk belang en de wil van de meerderheid.