Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 30 juli 2021
[B]te [plaats B] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Eiser, vertegenwoordigd door zijn curator, maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van een indicatiebesluit voor langdurige zorg (Wlz). Verweerder heroverwoog het besluit volledig en trok de indicatie in met een uitlooptermijn van drie maanden. De rechtbank overweegt dat het indicatiebesluit één en ondeelbaar is, waardoor een volledige heroverweging gerechtvaardigd is. Verweerder mocht het besluit ten nadele van eiser wijzigen op grond van artikel 3.2.4 Wlz.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiser blijvend is aangewezen op 24 uur zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel. De medisch adviseur concludeerde dat er geen eenduidige vaststelling mogelijk is van een volledige eindsituatie in het functioneren van eiser, maar wel een noodzaak voor begeleiding en ondersteuning. De rechtbank stelt vast dat het advies onvoldoende duidelijkheid geeft over de blijvende noodzaak van 24-uurszorg en dat verweerder zijn standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd, mede omdat relevante feiten en omstandigheden van eiser niet zijn betrokken.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit daarom niet voldoet aan de vereisten van zorgvuldigheid en motivering zoals voorgeschreven in de Awb. Om een finale beslechting mogelijk te maken, krijgt verweerder zes weken de gelegenheid om de gebreken te herstellen met een nadere, persoonsgerichte motivering. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak, waarbij de rechtbank zich beperkt tot de reeds besproken beroepsgronden.
Uitkomst: De rechtbank acht het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en geeft verweerder zes weken om het gebrek te herstellen.