Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede legde op 11 februari 2021 aan verzoekers een last onder dwangsom op wegens permanente bewoning van een recreatiewoning, wat niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening, die op 7 april 2021 werd toegewezen en de besluiten schorste tot 1 augustus 2021.
In het bestreden besluit van 27 juni 2021 verklaarde het college het bezwaar ongegrond. Verzoekers stelden beroep in en vroegen opnieuw om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 30 juli 2021, waarbij verzoekers niet aanwezig waren.
De voorzieningenrechter concludeerde dat nader onderzoek niet nodig was en deed uitspraak op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. De rechter oordeelde dat de reeds verlengde begunstigingstermijn tot 1 augustus 2021 voldoende tijd bood om alternatieve woonruimte te vinden. Verzoekers hadden onvoldoende inspanningen getoond om aan de last te voldoen, ondanks hulp van het college en Topparken.
De bijzondere omstandigheid dat een van de verzoekers examens moest afleggen, was inmiddels niet meer relevant. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De begunstigingstermijn blijft ongewijzigd en eindigt op 1 augustus 2021, waarna dwangsommen kunnen worden opgelegd.