ECLI:NL:RBGEL:2021:4221

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 juli 2021
Publicatiedatum
4 augustus 2021
Zaaknummer
C/05/ 390431 / KG RK 21-509
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke verzetzaak

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een bestuursrechtelijke verzetzaak, stellende dat sprake zou zijn van constitutionele vooringenomenheid. Het verzoek werd ingediend op 9 april 2021, nadat de rechter op 7 april 2021 de einduitspraak in de hoofdzaak had gedaan.

De wrakingskamer overwoog dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er concrete, zwaarwegende aanwijzingen zijn voor partijdigheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. Daarnaast voorziet de wet niet in wraking na het doen van de einduitspraak. Hierdoor is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De wrakingskamer zag geen reden tot mondelinge behandeling van het verzoek, omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De beslissing werd op 20 juli 2021 in het openbaar uitgesproken door drie rechters van de wrakingskamer.

Uitkomst: Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/390431 / KG RK 21-509
Beslissing van 20 juli 2021
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats].
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J.H. van Breda,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 9 april 2021.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de verzetzaak met nummer 20/2859 V (de hoofdzaak) van verzoeker.
2.2
Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van constitutionele vooringenomen van de rechter.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2
Op 7 april 2021 heeft de rechter in de hoofdzaak de einduitspraak gedaan. Het verzoek tot wraking is op 9 april 2021 om 13.41 uur gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mr. P.J.C. Cremers, voorzitter, mr. A.M.P.T. Blokhuis en mr. M.J.C. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier […] en in openbaar uitgesproken op 20 juli 2021.
De griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.