Eiseres, huurder van een agrarisch perceel van circa 3 hectare waar sinds 2007 kerstbomenteelt plaatsvindt, vroeg om een omgevingsvergunning voor het voortzetten van deze teelt. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe, weigerde de vergunning omdat het project onvoldoende in het landschap zou zijn ingepast, waarbij werd getoetst aan het Landschapsontwikkelingsplan (LOP).
De rechtbank oordeelt dat het LOP niet het bestemmingsplan kan vervangen als toetsingskader. Het bestemmingsplan “Buitengebied Epe” en de daarin opgenomen artikel 47.2 en bijlage 6 vormen het juiste kader voor toetsing van landschapswaarden. Verweerder heeft echter niet aangetoond dat hij aan deze landschapswaarden heeft getoetst of dat er sprake is van een onevenredige aantasting.
Daardoor is niet vastgesteld of het stellen van voorwaarden, zoals landschappelijke inpassingsmaatregelen, noodzakelijk is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.