Betrokkene, een vreemdeling zonder verblijfsvergunning, verblijft in een TBS-kliniek en kampt met lichamelijke gezondheidsproblemen en beginnende dementie. De rechtbank heeft de procedure hervat na een tussenbeslissing en diverse deskundigen en vertegenwoordigers gehoord.
De kern van het geschil betreft de knelpunten tussen het TBS-systeem en het strikte vreemdelingenbeleid, waardoor betrokkene niet kan worden overgeplaatst naar een passende zorginstelling. Het Openbaar Ministerie onderzoekt mogelijkheden voor een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang, maar financiering en plaatsing stuiten op belemmeringen vanwege de status van ongewenst vreemdeling.
De raadsvrouw pleitte voor beëindiging van de maatregel vanwege de fysieke en geestelijke achteruitgang en het geringe recidiverisico, maar erkent dat beëindiging leidt tot vreemdelingendetentie. De rechtbank concludeert dat verlenging van de maatregel noodzakelijk is voor de veiligheid en het welzijn van betrokkene en beveelt tevens om humanitaire verblijfsvergunning te overwegen om de schrijnende situatie op te lossen.