Uitspraak
1.De procedure
- de verwijsbeschikking van 23 februari 2021 van de kantonrechter van de rechtbank Midden – Nederland;
- de akte van dupliek van 3 mei 2021;
Rechtbank Gelderland
Op 22 juli 2021 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een procedure waarin verzoekers, handelend als gevolmachtigden van de onder bewindgestelde, het ontslag van de testamentair bewindvoerder vorderden. Het verzoek was gebaseerd op vermeende tekortkomingen en belangenverstrengeling van de bewindvoerder. De kantonrechter stelde vast dat het verzoek grotendeels dezelfde inhoud had als een eerder afgewezen verzoek van september 2019, waardoor het ne bis in idem-beginsel toepassing vond en alleen nieuwe feiten na die datum in aanmerking konden worden genomen.
De kantonrechter oordeelde dat geen gewichtige redenen waren aangevoerd die het ontslag van de testamentair bewindvoerder rechtvaardigen. De vermeende belangenverstrengeling bestond reeds vóór 2019 en was niet onderbouwd met nieuwe feiten. Ook het wantrouwen in de communicatie tussen partijen was een voortzetting van bestaande problemen en geen nieuwe omstandigheid. De bewindvoerder handelde binnen de grenzen van haar bevoegdheden en het testament.
De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde de verzoekers in de proceskosten. Hiermee blijft de testamentair bewindvoerder in functie en wordt bevestigd dat de jaarlijkse verantwoording aan de kantonrechter blijft gelden.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de testamentair bewindvoerder wordt afgewezen wegens het ontbreken van gewichtige redenen.