De rechtbank Gelderland behandelde een wrakingsverzoek van een verzoeker tegen mr. J.M.W. van de Sande, rechter in een belastingzaak over de aanslag inkomstenbelasting 2014. Het wrakingsverzoek werd ingediend zes dagen nadat verzoeker bekend was geworden met de feiten en omstandigheden die aanleiding vormden voor het verzoek.
Verzoeker stelde meerdere gronden aan het wrakingsverzoek ten grondslag, waaronder de wijze waarop de rechter omging met mandaatbesluiten, vermeende onvolledige griffieraantekeningen, ongepaste vragen van de rechter en het weigeren van een pleitnota. De rechtbank stelde dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker het wrakingsverzoek te laat had ingediend, terwijl hij reeds op de zittingsdatum bekend was met de gronden. De door verzoeker aangevoerde redenen voor de vertraging werden niet als bijzondere omstandigheden aangemerkt. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd niet inhoudelijk op het verzoek ingegaan.
De beslissing werd op 3 september 2021 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Gelderland uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.