In deze bestuursrechtelijke procedure stond de omgevingsvergunning voor de bouw van een antennemast centraal. Na een eerdere tussenuitspraak werd verweerder in de gelegenheid gesteld om de geconstateerde gebreken te herstellen, waaronder onjuiste stikstofdepositieberekeningen en onvoldoende voorschriften voor soortenbescherming en blootstellingslimieten.
Verweerder nam een wijzigingsbesluit waarin onder meer een nieuwe Aerius-berekening werd overgelegd die rekening hield met stikstofuitstoot van machines tijdens de aanlegfase. Deze berekening toonde een minimale toename van 0,01 mol stikstof per hectare per jaar op een klein deel van het leefgebied van drie vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe, wat volgens deskundigen geen significante negatieve gevolgen oplevert.
Daarnaast werden de gebreken met betrekking tot de das en de blootstellingslimieten van de antennemast hersteld. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe motivering en maatregelen toereikend waren en dat het bestreden besluit vernietigd moest worden, maar dat de rechtsgevolgen in stand konden blijven. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.