ECLI:NL:RBGEL:2021:5205

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 september 2021
Publicatiedatum
30 september 2021
Zaaknummer
21-4345
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174 GemeentewetArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluitingsbevel eet- en drinkgelegenheid wegens niet controleren coronatoegangsbewijs

De burgemeester van Nijmegen gaf op 25 september 2021 een bevel tot sluiting van de eet- en drinkgelegenheid van verzoekster wegens het niet controleren van het coronatoegangsbewijs, op grond van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet. Verzoekster vroeg om een voorlopige voorziening om het bevel te schorsen zodat zij weer open kon.

Tijdens de zitting op 26 september 2021, die via beeldverbinding plaatsvond, betwistte verzoekster dat zij zich niet aan de controleplicht wilde houden en toonde zij bereidheid om direct maatregelen te nemen. Na schriftelijke uiteenzetting aan de burgemeester trok deze het sluitingsbevel per direct in.

Hoewel het bevel was ingetrokken, handhaafde verzoekster haar verzoek om een inhoudelijke uitspraak over de vermeende onevenredigheid van het bevel vanwege het maatschappelijke belang. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat een voorlopig inhoudelijk oordeel niet passend is omdat het bevel niet meer van kracht is en de bezwaarprocedure openstaat. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het bevel.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het sluitingsbevel is ingetrokken en daardoor het verzoek overbodig is.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 21/4345

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 september 2021 in de zaak tussen

[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. R.G. Meester),
en

de burgemeester van de gemeente Nijmegen,

(gemachtigde: mr. C. Brunenberg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het bezwaar van verzoekster tegen het bevel van de burgemeester van 25 september 2021 tot sluiting van de eet- en drinkgelegenheid van verzoekster ([verzoekster]) aan de [locatie] in [woonplaats] voor de duur van acht dagen. Verzoekster heeft verzocht om een voorlopige voorziening om het bevel van de burgemeester te schorsen zodat zij zo snel mogelijk weer open kan gaan.
1.1.
Vanaf zaterdag 25 september 2021 moeten eet- en drinkgelegenheden bij de toegang bezoekers controleren op het coronatoegangsbewijs en het identiteitsbewijs. De burgemeester heeft het bevel tot directe sluiting van [verzoekster] gegeven omdat verzoekster bezoekers niet controleerde op het coronatoegangsbewijs. Dit bevel heeft de burgemeester gegeven op grond van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet. Daarbij is door de burgemeester vermeld dat de termijn van het sluitingsbevel bekort kan worden wanneer verzoekster door middel van een schriftelijke uiteenzetting de burgemeester overtuigt dat zij het coronatoegangsbewijs zal gaan toepassen conform de regels en de overige coronaregels zal naleven.
1.2.
Het verzoek is met behulp van een beeldverbinding behandeld door de voorzieningenrechter op de zitting van 26 september 2021. Partijen zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden. Ook zijn verschenen [bedrijfsleider] en [bedrijfsleider], bedrijfsleiders bij [verzoekster].
1.3.
Tijdens de zitting heeft verzoekster bestreden dat zij zich niet aan de controleverplichting wil houden en verklaard bereid te zijn om per direct verschillende maatregelen door te voeren zodat zij de inrichting weer kunnen openen voor bezoek. Vervolgens is de zitting onderbroken. Tijdens de onderbreking heeft verzoekster aan de burgemeester schriftelijk uiteengezet hoe zij aan deze verplichting vorm zal geven. De burgemeester heeft vervolgens het bevel per direct ingetrokken.
1.4.
Na de onderbreking van de zitting heeft verzoekster het verzoek gehandhaafd en verzocht om een inhoudelijke beoordeling door de voorzieningenrechter van het bevel tot sluiting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak dit verzoek af en geeft geen voorlopig inhoudelijk oordeel over het bevel tot sluiting. De voorzieningenrechter legt hierna uit hoe hij tot deze beslissing komt en wat de gevolgen zijn.
Beoordeelt de voorzieningenrechter het bevel tot sluiting?
3. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen dat vereist.
3.1.
Het verzoek om een voorlopige voorziening was er op gericht de werking van het bevel tot sluiting op te schorten totdat op het bezwaar tegen dat bevel is besloten. Doordat het bevel is ingetrokken, kan de werking van dat bevel niet meer worden opgeschort. Het treffen van een voorlopige voorziening is daarmee overbodig geworden.
3.2.
Verzoekster heeft tijdens de zitting het verzoek om een voorlopige voorziening niet ingetrokken. Verzoekster voert namelijk aan dat het bevel tot sluiting door de burgemeester onevenredig was. Vanwege het grote maatschappelijke belang dat met deze kwestie gemoeid is wil verzoekster toch een inhoudelijke uitspraak.
3.3.
Alleen al omdat het bevel is ingetrokken ligt het gelet op de aard van de voorlopige voorzieningenprocedure niet op de weg van de voorzieningenrechter om een voorlopig inhoudelijk oordeel te geven. Een voorlopig inhoudelijk oordeel kan namelijk geen gevolgen hebben voor de werking van het bevel. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en het geschil kan in die procedure verder afgehandeld worden. Juist het door verzoekster geschetste grote maatschappelijke belang maakt nu het doel van het verzoek, namelijk opschorting van de werking van het bevel, niet meer kan worden bereikt, het ongewenst dat de voorzieningenrechter een voorlopig inhoudelijk oordeel geeft.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Het bevel tot sluiting wordt niet inhoudelijk beoordeeld.
4.1.
De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om de burgemeester te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De burgemeester is niet tegemoetgekomen aan verzoekster maar heeft het bevel ingetrokken nadat verzoekster maatregelen heeft aangekondigd om ervoor te zorgen dat er werd gecontroleerd op het coronatoegangsbewijs. De intrekking van het bevel door de burgmeester houdt daarmee geen erkenning in dat het bevel ten onrechte zou zijn gegeven.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Visscher, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2021.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.