Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker] en [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoekers
(gemachtigden: T. Akkermans).
Rechtbank Gelderland
Verzoekers exploiteren een tuinbouwbedrijf met huisvesting voor arbeidsmigranten op twee locaties, waarvan één locatie in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder legde een last onder dwangsom op wegens deze strijdigheid. Verzoekers vroegen om een voorlopige voorziening om handhaving te voorkomen, stellende dat er concreet zicht op legalisatie bestaat en dat de huisvesting kwalitatief goed is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen concreet zicht op legalisatie is, omdat voor de locatie waar de last op ziet geen omgevingsvergunning is aangevraagd. Het feit dat de huisvesting goed is ingericht en voldoet aan kwaliteitsnormen vormt geen bijzondere omstandigheid om af te zien van handhaving. Ook het beroep op overgangsrecht faalt omdat het strijdige gebruik ook onder het vorige bestemmingsplan niet was toegestaan.
De hoogte van de dwangsom wordt als proportioneel beoordeeld, mede vanwege recidive en ernst van de overtreding. De begunstigingstermijn wordt als voldoende beschouwd om aan de last te voldoen. De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Partijen hebben nog een week om de overtreding te beëindigen zonder dwangsom te verbeuren.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.