ECLI:NL:RBGEL:2021:5373

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 september 2021
Publicatiedatum
8 oktober 2021
Zaaknummer
C/05/393354 / FA RK 21-3082
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 lid 1 JeugdwetArt. 6.1.2 lid 10 JeugdwetArt. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel en verval zorgmachtiging bij gesloten jeugdhulp

De officier van justitie verzocht de rechtbank om voortzetting van een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan anorexia nervosa en ernstig lichamelijk en psychisch nadeel dreigt te ondervinden. De mondelinge behandeling vond plaats via beeldbellen vanwege COVID-19. Betrokkene gaf aan het niet goed te gaan en had suïcidale gedachten, terwijl de psychiater bevestigde dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk was vanwege weigering van voeding en suïcidaliteit.

De rechtbank overwoog dat de zorgmachtiging, afgegeven op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), is vervallen door de machtiging gesloten jeugdhulp die op grond van de Jeugdwet is verleend. De zorgmachtiging kan daardoor niet meer ten uitvoer worden gelegd. De rechtbank nam geen standpunt in over de notitie van de officier van justitie over de samenloop van deze machtigingen, omdat dit niet relevant was voor de beslissing.

Gezien het ernstig dreigend nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, achtte de rechtbank de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en evenredig. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, met verplichte zorg zoals het toedienen van voeding, medicatie en medische controles, opname in een accommodatie en toezicht.

De beschikking werd mondeling uitgesproken op 20 september 2021 en schriftelijk vastgesteld op 28 september 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken en oordeelt dat de zorgmachtiging is vervallen door de machtiging gesloten jeugdhulp.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Zaakgegevens: C/05/393354 / FA RK 21-3082
Datum mondelinge uitspraak: 20 september 2021
Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Wvggz
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
verblijfadres: [verblijfadres] ,
op grond van een crisismaatregel verleend tot en met 19 september 2021,
hierna te noemen: [betrokkene] ,
advocaat: mr. B.J. Schadd te Arnhem.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 17 september 2021, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 16 september 2021 opgelegde crisismaatregel. Verder heeft de rechtbank een aanvullende toelichting van Karakter van 17 september 2021 ontvangen en daarnaast ook een notitie van de officier van justitie van 19 september 2021 ontvangen over de samenloop van de Wvggz en de machtiging gesloten jeugdhulp.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 20 september 2021.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:
[betrokkene] , bijgestaan door B.J. Schadd, advocaat;
[naam 1] , als psychiater verbonden aan Karakter;
mw. J. Veenendaal, als officier van justitie.
1.4.
De rechtbank heeft vastgesteld dat [betrokkene] aanvankelijk niet bij de mondelinge behandeling aanwezig was. In overleg met de advocaat, de officier van justitie en de psychiater is de mondelinge behandeling op een later tijdstip die dag voortgezet in aanwezigheid van [betrokkene] . Zij heeft daar telefonisch haar standpunt kenbaar gemaakt.

2.Beoordeling

2.1.
Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het landelijk beleid van de Rechtspraak dat het niet is toegestaan de accommodatie waar betrokkene verblijft te bezoeken. Dit levert voor betrokkene en de medebewoners en verzorgers een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Datzelfde geldt voor de medewerkers van de rechtbank, alsook voor bewoners en verzorgers van overige accommodaties indien van dit beleid zou worden afgeweken. Om die reden is besloten betrokkene via beeldbellen te horen.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van (het aanzienlijk risico op) onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
ernstig lichamelijk letsel;
ernstige psychische schade;
ernstig verstoorde ontwikkeling.
2.3.
Het ernstig vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van anorexia nervosa. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
[betrokkene] heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het niet goed met haar gaat. Zij heeft de wens om niet meer te leven. Daarnaast is ze van mening dat ze er lichamelijk niet zo slecht aan toe is dat het noodzakelijk is dat ze voeding toegediend moet krijgen.
2.5.
De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat bij [betrokkene] sprake is van langdurige en toenemende sociaal emotionele ontwikkelingsproblematiek. [betrokkene] heeft het gevoel dat ze niet aan de verwachtingen van anderen voldoet en het is niet gelukt om haar patroon van gedachten te doorbreken. Ze is niet gemotiveerd voor behandeling en heeft de wens om dood te gaan. Er is sprake van vermijdingsgedrag en suïcidaliteit wat zich uit in het weigeren van voedsel. Gelet op het voorgaande is de psychiater van mening dat een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is.
2.6.
De officier van justitie heeft tijdens de mondelinge behandeling haar verzoek nader toegelicht. Daarnaast stelt de officier van justitie dat de zorgmachtiging die op 2 juni 2021 voor de duur van 6 maanden is afgegeven voor [betrokkene] , door het afgeven van de machtiging gesloten jeugdhulp is komen te vervallen, maar niet formeel is beëindigd. Dit zou kunnen betekenen dat de zorgmachtiging van 2 juni 2021 nog geldend is. Tot slot verzoekt de officier van justitie de rechtbank om een standpunt in te nemen ten aanzien van haar notitie over de samenloop van de zorgmachtiging en de machtiging gesloten jeugdhulp.
2.7.
De advocaat heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat [betrokkene] op dit moment hulp nodig heeft. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.8.
De rechtbank overweegt als volgt. Gebleken is dat [betrokkene] in de afgelopen periode in toenemende mate haar voeding heeft geweigerd. Zij braakt haar maaltijden uit, geeft herhaaldelijk aan dat zij geen voeding wil innemen en werkt niet mee aan de voedingsafspraken. Tijdens de mondelinge behandeling geeft [betrokkene] ook aan dat ze het niet nodig acht om de benodigde voeding binnen te krijgen. De rechtbank acht de situatie zeer zorgelijk, omdat de risico’s die het niet eten met zich meebrengen zeer ernstig zijn. Indien de crisismaatregel niet wordt voortgezet is het risico op herhaling te groot en zal [betrokkene] zeer waarschijnlijk weer het gedrag laten zien dat aanleiding is geweest voor haar opname. Om die reden acht de rechtbank een gedwongen kader passend en is de rechtbank van oordeel dat ter afwending van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is.
2.9.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten:
het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen,
het beperken van de bewegingsvrijheid,
het uitoefenen van toezicht op betrokkene,
het opnemen in een accommodatie,
noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.10.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.11.
Ten aanzien van het standpunt van de officier van justitie over de zorgmachtiging overweegt de rechtbank als volgt. De kinderrechter heeft op 16 augustus 2021 – op grond van artikel 6.1.2 lid 1 Jeugdwet - een machtiging verleend om [betrokkene] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 5 november 2021. Artikel 6.1.2. lid 10 Jeugdwet bepaalt dat indien een machtiging gesloten jeugdhulp betrekking heeft op een jeugdige voor wie reeds een zorgmachtiging op grond van de Wvggz is afgegeven, deze zorgmachtiging vervalt. Dit betekent dat de zorgmachtiging die op 2 juni 2021 voor [betrokkene] is afgegeven en gold tot en met 2 december 2021 daarmee is komen te vervallen. De zorgmachtiging kan dan ook niet (meer) ten uitvoer worden gelegd. Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van de notitie van de officier van justitie, waarin zij de problematiek in de praktijk ten aanzien van de samenloop van de zorgmachtiging en de machtiging gesloten jeugdhulp aanstipt. De rechtbank acht het niet op zijn plaats om in dit kader hierover een standpunt in te nemen, omdat dit niet ter zake dienend is voor de beslissing op het voorliggende verzoek.
2.12.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.9. zijn genoemd ten aanzien van:
-
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
11 oktober 2021.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2021 door mr. T. Hermans, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Y.J.J. Lanz, griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 september 2021.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.