Uitspraak
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
3.De feiten
4.Het verzoek en het verweer
5.De beoordeling
denkt/
gelooftdat [verzoekende partij] [verwerende partij/handelsnaam] sloeg.
Rechtbank Gelderland
De werknemer werd op 10 juni 2021 op staande voet ontslagen door de werkgever vanwege een vermeend incident waarbij de werknemer de werkgever op de borst zou hebben geslagen en hem op eigen terrein zou hebben achtervolgd. De werknemer betwistte dit en stelde dat hij de werkgever slechts had geduwd en dat het ontslag onterecht was.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat het slaan onvoldoende was bewezen en dat het duwen wel had plaatsgevonden, maar onvoldoende was om het ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Ook het achtervolgen van de werkgever was niet komen vast te staan. De werknemer was sinds maart 2021 arbeidsongeschikt door een werkongeval en had gedeeltelijk lichte werkzaamheden hervat, maar de werkgever had het loon per 9 juni 2021 stopgezet vanwege vermeende schending van re-integratieverplichtingen.
De kantonrechter oordeelde dat het loonstop te vroeg was opgelegd en dat de werkgever gehouden was het loon over 8 en 9 juni 2021 te betalen, evenals een gefixeerde schadevergoeding over de periode van 10 juni tot en met 31 juli 2021. Daarnaast werd een transitievergoeding toegekend en een billijke vergoeding van €8.000 wegens het onrechtmatig ontslag. Een verzoek om smartengeld werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2021 door de kantonrechter E. Horsthuis.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, schadevergoeding, transitievergoeding en een billijke vergoeding.