ECLI:NL:RBGEL:2021:5547
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet onterecht; geen recht op gefixeerde schadevergoeding
De werknemer trad op 14 november 2020 in dienst bij de werkgever als agrarisch medewerker. Tijdens werkzaamheden raakte hij gewond aan zijn rechterhand, waarna hij arbeidsongeschikt werd verklaard. De werknemer verzocht meerdere malen toestemming om in zijn land van herkomst te revalideren, maar de werkgever stemde hier niet mee in vanwege medische adviezen en coronamaatregelen.
Na een periode van gedeeltelijke werkhervatting ontstond een conflict over re-integratie, waarbij de werkgever de loonbetaling stopzette en de werknemer op 10 juni 2021 op staande voet ontsloeg wegens een vermeend incident met agressie. De werknemer betwistte de dringende reden voor ontslag en stelde zich beschikbaar voor werk.
De kantonrechter stelde vast dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was, mede gelet op de medische omstandigheden en het ontbreken van voldoende bewijs voor de dringende reden. Hierdoor is de werknemer niet gehouden tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is onterecht verklaard en het verzoek tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen.