ECLI:NL:RBGEL:2021:5647

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 oktober 2021
Publicatiedatum
21 oktober 2021
Zaaknummer
C/05/393524 / FA RK 21/3127
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met uitsluiting van bepaalde zorgvormen

Betrokkene lijdt aan een psychotische decompensatie met schizofrenie en een obsessief-compulsieve stoornis, wat leidt tot ernstig nadeel en risico's zoals lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank beoordeelt dat vrijwillige zorg onvoldoende is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om herstel te bevorderen.

Tijdens de mondelinge behandeling is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een psychiater en een verpleegkundige van Pro Persona. De psychiater benadrukte het belang van de zorgmachtiging, met name voor de ambulante voortzetting van de behandeling en de mogelijkheid tot inzet van ECT, hoewel betrokkene dit laatste afwijst.

De rechtbank wijst de verzochte verplichte zorgvormen zoals het toedienen van vocht en voeding, insluiten, toezicht en onderzoek van de woonruimte af wegens onvoldoende noodzaak. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles en therapeutische behandelmaatregelen, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, voor een maximale duur van twaalf maanden.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. De rechtbank besluit de zorgmachtiging te verlenen en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is mondeling uitgesproken op 7 oktober 2021 en schriftelijk vastgesteld op 20 oktober 2021.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor twaalf maanden met specifieke zorgvormen, terwijl andere zorgvormen worden afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Zaakgegevens: C/05/393524 / FA RK 21/3127
Datum mondelinge uitspraak: 7 oktober 2021
Beschikking machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Wvggz
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
woonachtig in [woonplaats] ,
verblijvende bij Pro Persona te Nijmegen,
op grond van een zorgmachtiging, geldend tot en met 8 oktober 2021,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. A.J.M. Paanakker te Ede.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 21 september 2021.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2021, in de accommodatie.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
dhr. [naam 1] , als psychiater verbonden aan Pro Persona;
dhr. [naam 2] , als verpleegkundige verbonden aan Pro Persona.
1.4.
Omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is de officier van justitie niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische decompensatie waarbij betrokkene bekend is met schizofrenie en een obsessief compulsieve stoornis.
2.2.
Het gedrag dat uit de stoornis voortvloeit, leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel, gelegen in:
ernstig lichamelijk letsel;
ernstige psychische schade;
ernstige immateriële schade;
ernstige verwaarlozing;
maatschappelijke teloorgang;
ernstig verstoorde ontwikkeling;
het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Betrokkene vindt dat een zorgmachtiging niet nodig is. Hij verwacht maandag een gesprek te hebben over een ambulante voortzetting van de behandeling en begrijpt niet hoe dat zich verhoudt tot het verzoek om een zorgmachtiging. Daarbij geeft betrokkene aan nooit meer elektroconvulsietherapie (hierna: ECT) te willen ondergaan.
De advocaat heeft de rechtbank primair verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat betrokkene de zorgen niet erkent. De advocaat verzoekt de rechtbank om indien zij verplichte zorg toch noodzakelijk acht een machtiging te verlenen voor de maximale duur van drie maanden. De advocaat verzoekt de rechtbank daarbij om de verzochte verplichte zorgvormen: “het toedienen van vocht en voeding”, “insluiten”, “uitoefenen van toezicht” “onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag- beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen” en “het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen” af te wijzen.
2.5.
De psychiater heeft uitgelegd dat betrokkene een ruime tijd opgenomen is geweest. Na een heel moeizame periode met nauwelijks verbetering is betrokkene uiteindelijk aardig opgeknapt. Betrokkene gaat waarschijnlijk binnenkort naar huis. De behandeling zal in dat geval ambulant worden voortgezet. Dit zal een grote en spannende stap zijn, zeker omdat het na de decompensatie lang heeft geduurd voordat betrokkene tekenen van herstel begon te vertonen. Het herstel is nog pril en de psychiater acht – gezien het beloop - de waarborgen van de zorgmachtiging noodzakelijk voor de (ambulante) voortzetting van de behandeling. De psychiater benadrukt dat de ECT naar zijn idee een substantiële invloed heeft gehad op het herstel van betrokkene. Hoewel ECT een ingrijpende behandelmethode is, vindt de psychiater het van belang dat de aankomende periode de mogelijkheid blijft bestaan om deze vorm van behandeling in te zetten als dit nodig mocht zijn. De psychiater ziet op dit moment geen noodzaak voor de verplichte zorgvormen: “het toedienen van vocht en voeding”, “insluiten”, “uitoefenen van toezicht” “onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag- beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen” en “het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen”.
2.6.
De rechtbank overweegt dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is ernstig gedecompenseerd geweest. Het herstel heeft erg lang geduurd. Hij maakt inmiddels een enigszins positieve indruk, maar gezien het prille herstel acht de rechtbank het noodzakelijk dat de behandelaren indien nodig acuut en adequaat kunnen handelen. De behandeling zal naar verwachting spoedig ambulant worden voortgezet. Voor een goede overgang is het nodig een aantal waarborgen te verbinden aan de overgang. De rechtbank acht een zorgmachtiging daarom noodzakelijk. De rechtbank is van oordeel dat de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg en de daarbij aangegeven duur noodzakelijk zijn, mede gelet op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van zorg bestaan uit:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
het opnemen in een accommodatie;
alle voor de duur van twaalf maanden.
De rechtbank wijst de verzochte verplichte vormen van zorg: “het toedienen van vocht en voeding”, “insluiten”, “uitoefenen van toezicht” “onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag- beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen” en “het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen” af, omdat hiervoor de noodzaak onvoldoende is gebleken. De rechtbank ziet verder geen aanknopingspunten om de duur van de zorgmachtiging te bekorten.
De rechtbank merkt over de ECT-behandeling op dat de rechtbank enkel beslist over de vraag of het noodzakelijk is om de verplichte vorm van zorg “het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen” in de zorgmachtiging op te nemen. Het is aan de behandelaar om te beslissen welke specifieke medische behandeling passend is voor betrokkene. Dit geldt zowel voor bijvoorbeeld verschillende mogelijke medicijnen als voor de noodzaak om ECT toe te passen.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Hetgeen door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 12 maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 2.6. kunnen worden getroffen;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk
7 oktober 2022;
3.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2021 door mr. dr. E.L. de Jongh, rechter, in tegenwoordigheid van T. Akasbi, griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 oktober 2021.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.