Uitspraak
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 28 december 2020;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 11 januari 2021;
- de aantekeningen van de griffier op 28 december 2020.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de civiele rechter in een zaak over de verdeling van aankoop- en stallingskosten van een paard. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat hij via zijn raadsman had begrepen dat de rechter zou hebben gezegd dat verzoeker niet getroffen zou zijn door de coronamaatregelen, terwijl verzoeker dit wel was.
De rechter ontkende dit en de griffieraantekeningen bevatten geen aanwijzingen dat de rechter dergelijke uitspraken had gedaan. De wrakingskamer overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, waarvoor concrete en zwaarwegende aanwijzingen nodig zijn.
Aangezien verzoeker geen andere feiten of omstandigheden aanvoerde die de schijn van vooringenomenheid konden onderbouwen, concludeerde de wrakingskamer dat de onpartijdigheid van de rechter niet was geschaad. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en deze beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de civiele rechter is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.