Eiser heeft snelheidsovertredingen begaan met een landbouwvoertuig en een voertuig met beperkte snelheid, waarna het Openbaar Ministerie aan verweerder meldde dat eiser mogelijk niet langer rijvaardig is. Verweerder legde daarop een rijvaardigheidsonderzoek op en schorste het rijbewijs van eiser. Eiser voerde aan dat hij na de overtredingen al een rijexamen voor categorie B had behaald en dus zijn rijvaardigheid had aangetoond, waardoor het onderzoek onterecht was opgelegd.
De rechtbank onderzocht de wettelijke grondslagen en concludeerde dat het rijvaardigheidsonderzoek inhoudelijk gelijk is aan het rijexamen categorie B dat eiser had afgelegd. Omdat het onderzoek geen aanvullende bijdrage levert aan de verkeersveiligheid, achtte de rechtbank het besluit niet evenredig gezien de nadelige gevolgen voor eiser, waaronder kosten en rijverbod.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij deze uitspraak in de plaats treedt. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de kosten van het onderzoek, de opleggingskosten, het griffierecht en de proceskosten van eiser.