ECLI:NL:RBGEL:2021:5980
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzet voorbereiden brandstichting in Hoogkerk
Op 31 december 2020 werd verdachte staande gehouden nadat hij een auto zonder kentekenplaten had geparkeerd nabij een winkel in Hoogkerk. In de auto werden dertien autobanden, vijf jerrycans en een emmer met brandbare vloeistoffen aangetroffen. Verdachte verklaarde dat hij de auto voor een vriend had weggezet en geen kennis had van de aanwezige brandbare stoffen.
De officier van justitie stelde dat verdachte het misdrijf van voorbereiden van brandstichting had gepleegd en eiste een militaire detentie van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk. De verdediging pleitte voor vrijspraak. De rechtbank onderzocht of de middelen in de auto bestemd waren voor het plegen van brandstichting en of verdachte daarvan op de hoogte was.
Hoewel verdachte beperkte antwoorden gaf over het feestje en de vriend, ontbrak het aan bewijs dat hij wist van de brandbare stoffen in de auto. Er werden geen sporen van verdachte op de voorwerpen gevonden en de communicatie in de WhatsApp-groep waar verdachte lid van was, bevatte geen aanwijzingen over brandstichting. Telefonische contacten van verdachte met groepsleden boden onvoldoende bewijs voor een misdadige intentie.
De rechtbank concludeerde dat de middelen niet bewezen bestemd waren voor brandstichting door verdachte en sprak hem vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet tot voorbereiden brandstichting.