Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
[naam moeder] ,
[naam vader] ,
Het verdere procesverloop
- de (tussen)beschikking van 30 maart 2021;
- de rapportage met bijlagen van de GI van 13 september 2021;
- de (tussen)beschikking van 28 september 2021;
- de e-mail van de vader van 4 oktober 2021;
- het verweerschrift van de vader, ingekomen bij de griffie op 31 oktober 2021.
- mr. Rump namens de moeder,
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- twee vertegenwoordigers van de GI.
De moeder is niet verschenen.Het verdere standpunt van de verzoeker
De verdere standpunten van de belanghebbenden
De verdere beoordeling
Het persoonlijkheidsonderzoekDe kinderrechter merkt in de eerste plaats op dat deze zaak verre van eenvoudig is. Tot twee keer toe is in een eerdere beschikking geoordeeld dat er aan de kant van de vader een persoonlijkheidsonderzoek plaats moet vinden. De vader is bereid om hier aan mee te werken en heeft daarbij ook een groot belang. Hij is van mening dat hij in staat is om [de minderjarige] op te voeden en heeft daar op grond van het wettelijk stelsel dat Nederland kent in beginsel ook recht op. De kinderrechter kan van dit uitgangspunt afwijken, als daarvoor voldoende zwaarwegende redenen zijn, die blijken uit een afdoende dossier.
- de GI zich tot het uiterste moet inspannen om bij de gemeente financiering voor het persoonlijkheidsonderzoek van de vader te verkrijgen. De kinderrechter denkt hierbij aan het voeren van een gesprek met de verantwoordelijk wethouder, waarbij aandacht gevraagd wordt voor de patstelling waarin de vader zich op dit moment bevindt;
- door de GI inzichtelijk gemaakt moet worden hoe de omgang van de vader met [de zoon van moeder] verloopt en wat dit mogelijk betekent voor de omgang met [de minderjarige] ;
- er toegewerkt moet worden naar een uitbreiding van de omgang tussen de vader en [de minderjarige] , zodat de capaciteiten van de vader en de situatie bij hem thuis goed in beeld kunnen komen;
- het rapport van ’s Heeren Loo bij gebreke van de hierboven genoemde informatie op dit moment onvoldoende basis biedt voor de conclusie dat het perspectief van [de minderjarige] niet bij de vader ligt.