In deze kortgedingprocedure vorderen eisers de verwijdering van zes paaltjes en een verkeersbord geplaatst door gedaagden op een weg waarop een recht van uitweg rust. Het recht van uitweg is gevestigd bij notariële akte uit 1965 en later bevestigd in leveringsakten van betrokken woningen. De omvang van het recht van uitweg is niet eenduidig vast te stellen vanwege verschillen in de akten, waardoor de rechtbank uitgaat van het gebruik sinds 1965.
De paaltjes vernauwen de weg tot circa 3 meter breed, maar de rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat dit de uitoefening van het recht van uitweg belemmert. De paaltjes zijn geplaatst uit veiligheidsoverwegingen en bieden voordelen zoals meer ruimte voor voetgangers en betere zichtbaarheid. Daarom worden de paaltjes niet verwijderd.
Het verkeersbord 'verboden voor vrachtwagens' is echter onrechtmatig omdat het het gebruik van de weg beperkt zonder dat aannemelijk is gemaakt dat vrachtverkeer daadwerkelijk is toegenomen of dat er schade is aan de woning. Het bord is door gedaagden zelf geplaatst zonder officiële bevoegdheid en zonder handhaving. De rechtbank veroordeelt gedaagden tot verwijdering van het bord binnen drie dagen, onder dreiging van een dwangsom.
De proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.