Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
- De gestolen Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 10] . De kentekenplaten en het kentekenbewijs lagen vlakbij het voertuig;
- Een keuringsrapport van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] . Deze lag in een vuilnisbak in het midden van de loods;
- Een serviceboekje en een onderhoudskaart van de Volkswagen Golf met kenteken
- Een kentekenbewijs van de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 20] in een stelling in de middenruimte van de loods;
- Een identificatiesticker van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 17] achter in de loods;
- Een identificatiesticker van de Seat Ibiza met kenteken [kenteken 16] op de werkbank;
- Een identificatiesticker van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 11] op de werkbank;
- Een identificatiesticker van de Seat Leon met kenteken [kenteken 15] op de werkbank;
- Een identificatiesticker van de Seat Ibiza met kenteken [kenteken 8] op de werkbank;
- Een identificatiesticker van de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 18] op de werkbank.
3.De bewezenverklaring
, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, een ofmeerdere onderdelen van onderstaande auto's te weten:
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/of
9en
/of
/of
/of
/of
en/of
verworven,voorhanden gehad
en/of overgedragenterwijl hij en
/ofzijn mededader
(s) (telkens)ten tijde van
de verwerving ofhet voorhanden krijgen van deze goederen wist
(en
), althans redelijkerwijs hadden moeten vermoedendat het
eendoor misdrijf verkregen goed
erenbetrof
in ofomstreeks de periode van 21 december 2015 tot en met 14 juni 2016 te Nijmegen
, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een auto te weten een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 10]
,heeft verworven
,envoorhanden gehad
en/of overgedragen, terwijl hij
en/of zijn mededader(s) (telkens)ten tijde van de verwerving
of het voorhanden krijgenvan
deze goederendit goedwist
(en), althans redelijkerwijs hadden moeten vermoedendat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf
8.De beoordeling van het beslag
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;