ECLI:NL:RBGEL:2021:6546
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid zware mishandeling met dodelijke afloop
Op 10 maart 2019 hebben verdachte en een medeverdachte afgesproken om een slachtoffer te ontmoeten in Geldermalsen. De medeverdachte heeft het slachtoffer zwaar mishandeld met een mes, wat heeft geleid tot het overlijden van het slachtoffer. Verdachte had het slachtoffer naar de afgesproken plek gereden op verzoek van de medeverdachte.
De officier van justitie stelde dat verdachte wist dat de medeverdachte het slachtoffer een lesje wilde leren en dat dit geweld zou omvatten, en vorderde een taakstraf of gevangenisstraf. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist wat de medeverdachte van plan was en geen opzet had op enig geweld.
De rechtbank overwoog dat voor medeplichtigheid vereist is dat het opzet van verdachte gericht is op het gepleegde misdrijf. Er was geen bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs kon weten dat de medeverdachte het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel met een mes zou toebrengen. Een voorgevoel dat het slachtoffer bang zou worden gemaakt is onvoldoende.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van medeplichtigheid. De civiele schadevorderingen van benadeelden werden niet ontvankelijk verklaard omdat het tenlastegelegde niet bewezen is.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem op 6 december 2021.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan zware mishandeling met dodelijke afloop wegens ontbreken van bewijs voor opzet.