In deze civiele zaak vordert Nationale-Nederlanden (NN) namens haar benadeelde verzekerde schadevergoeding wegens schade door een omgevallen boom. De vorderingen zijn gericht tegen meerdere gedaagden, waaronder een gemeente, een hovenier en een boomveiligheidscontroleur.
Na het deskundigenbericht heeft NN haar vorderingen ingetrokken, waarmee zij feitelijk haar eis tot nihil heeft verminderd. Hierdoor resteert geen inhoudelijke vordering meer waarover de rechtbank moet beslissen. De rechtbank oordeelt dat NN als eiser in het ongelijk staat en veroordeelt haar daarom in de proceskosten van de gedaagden.
Er is geen sprake van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door NN, aangezien haar vorderingen niet evident ongegrond waren en mede gebaseerd waren op een partijdeskundigenrapport. De gevorderde proceskosten worden begroot conform het standaard liquidatietarief. Ook een tegenvordering van een gedaagde wordt afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding.
De rechtbank veroordeelt NN in de proceskosten van alle gedaagden en verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. De vorderingen in reconventie worden afgewezen.