Op 30 november 2020 vond een ruzie plaats tussen verdachte en zijn echtgenote, waarna verdachte een jerrycan met benzine en een bakje lucifers meenam naar de slaapkamer. Verdachte bedreigde zijn vrouw met de woorden dat hij de boel in brand zou steken als zij niet zou vertrekken. Verdachte was dronken en verklaarde geen brand te willen stichten, maar zijn echtgenote met rust te willen laten.
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen is dat verdachte de wil had om brand te stichten. De jerrycan en lucifers waren niet kennelijk bestemd voor brandstichting. Ook was er geen redelijke vrees bij de vrouw dat zij zwaar mishandeld of gedood zou worden door verdachte.
Op basis van deze overwegingen sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel de voorbereiding van brandstichting als de bedreiging. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.