Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 februari 2021, waarbij is bepaald dat de procedure zal worden vervolgd volgens het recht dat landelijk geldt in dagvaardingszaken met verplichte procesvertegenwoordiging waarin het exploot van dagvaarding na 30 september 2019 is betekend
- het deskundigenbericht (verzekeringsgeneeskundige rapportage van mevrouw mr. drs. [deskundige 1] ) van 14 juni 2021
- de begrotingsbeschikking van 7 juli 2021
- de conclusie na deskundigenbericht van [eiser] van 25 augustus 2021
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van de Goudse van 25 augustus 2021
- de antwoordconclusie van [eiser] van 22 september 2021
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van de Goudse van 22 september 2021.
2.De verdere beoordeling
Wilt u een FML opstellen?
Wat zijn uw bevindingen bij verzekeringsgeneeskundige anamnese en onderzoek?” heeft de deskundige in haar rapport onder meer genoteerd:
(…)
5.Bevindingen
(…)
(…)
Ik voeg een FML bij. Hierbij wil ik wel opmerken dat het onderwerp zien in de FML is ondergebracht bij sociaal functioneren, maar dat met de beperking op dit punt niet enkel het sociale functioneren aangedaan zal zijn maar ook andere terreinen van het functioneren.
(…)
(…)
onbeperkt acht, is mij niet duidelijk. Bij rechtuit kijken worden de oogspieren, de bron van de beperkingen, niet belast. Dat ligt anders bij verre en snelle oogbewegingen.
3.De beslissing
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek moet kennisnemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot moet beginnen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: beide partijen in de gelegenheid te stellen binnen twee weken een akte uitlating voortprocederen in te dienen of
- na ontvangst ter griffie van het deskundigenrapport: beide partijen in de gelegenheid te stellen binnen vier weken een conclusie na deskundigenbericht in te dienen,