ECLI:NL:RBGEL:2021:724
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning IOAZ-uitkering ondanks periode arbeidsongeschiktheid en bijstand
Eiser, een voormalig zelfstandig schrijver/journalist, kreeg na een herseninfarct in 2006 bijstand vanwege arbeidsongeschiktheid van 2010 tot 2013. Hij vroeg een IOAZ-uitkering aan, maar deze werd afgewezen omdat verweerder vond dat hij niet voldeed aan de eis van onafgebroken rechtmatig bedrijf of beroep gedurende zeven jaar voorafgaand aan de aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat volgens artikel 5, tweede lid, aanhef en onder 1, van de IOAZ en de memorie van toelichting perioden van ziekte of tijdelijke arbeidsongeschiktheid meetellen bij het bepalen van het arbeidsverleden. Verweerder had onterecht geoordeeld dat arbeidsongeschiktheid geen rol meer speelt na vervallen van artikel 2, eerste lid, onder b.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Omdat eiser gedurende de gehele bijstandsperiode arbeidsongeschikt was, voldoet hij aan de voorwaarden voor toekenning van de IOAZ-uitkering. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en bepaalt dat verweerder de IOAZ-uitkering aan eiser moet toekennen.