ECLI:NL:RBGEL:2021:7296
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vordering Rabobank tot betaling openstaand krediet en vertragingsvergoeding
Rabobank heeft een vordering ingesteld tegen een consument wegens niet-nakoming van een kredietovereenkomst onder de productnaam Rabo Studenten Roodstaan. De consument had nagelaten tijdig te betalen, waarna Rabobank het kredietbedrag vervroegd opeiste. De kredietovereenkomst viel onder de Wet op het consumentenkrediet (WCK nieuw) en het Europees consumentenrecht, waardoor de rechtbank ambtshalve toetste aan dwingendrechtelijke bepalingen.
De kredietovereenkomst was een doorlopend krediet tot maximaal € 1.000 met een maandbedrag van € 20 en een effectieve rente van 8,2%. Rabobank had de consument meerdere malen in gebreke gesteld en schriftelijk gewaarschuwd dat bij niet-betaling het krediet onmiddellijk opeisbaar zou zijn. De rechtbank stelde vast dat het openstaande bedrag op 1 december 2017 € 1.019,03 bedroeg, waarvan na latere betalingen nog € 644,03 openstond.
De consument voerde geen inhoudelijk verweer. De rechtbank oordeelde dat de vordering niet in strijd was met dwingendrechtelijke bepalingen en wees de gevorderde hoofdsom, wettelijke rente vanaf 24 maart 2021 en proceskosten toe. De veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De consument wordt veroordeeld tot betaling van € 644,03 plus wettelijke rente en proceskosten.