Eisers betwistten de verleende omgevingsvergunning voor de aanleg van een houtwal en vogelbosje op een perceel nabij hun woning, omdat zij vreesden dat hun uitzicht en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zouden worden aangetast. De vergunning was verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet.
De rechtbank stelde vast dat het bestemmingsplan "Buitengebied 2018" de openheid als een belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarde beschouwt, met name in het gebied "oude bouwlanden enclaves". De aangevraagde houtwal met een lengte van 155 meter en een breedte tussen 12 en 18 meter deed onevenredige afbreuk aan deze openheid, waarmee de aanvraag in strijd was met het bestemmingsplan en de toetsingscriteria van artikel 36.2.3 Wabo.
Hoewel verweerder stelde dat de houtwal een reconstructie van het oude cultuurlandschap betrof en natuurwaarden versterkte, oordeelde de rechtbank dat de houtwal niet op de historische locatie lag en dat de definitie van houtopstand niet van toepassing was op de houtwal. Hierdoor kon de vergunning niet worden verleend op grond van een afwijking van het bestemmingsplan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en beval partijen om in overleg te treden over een mogelijke aanpassing van de houtwal. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eisers.