De rechtbank Gelderland behandelde op 26 februari 2021 een verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt die vermoedelijk lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, specifiek een neurocognitieve stoornis. De procedure vond plaats via beeldbellen vanwege COVID-19 maatregelen. De cliënt werd vertegenwoordigd door een advocaat en diverse betrokkenen, waaronder een basisarts en casemanager, werden gehoord.
De burgemeester had op 24 februari 2021 een last tot inbewaringstelling afgegeven vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door het gedrag van de cliënt. De medische verklaring van een onafhankelijke psychiater sprak van de ziekte van Alzheimer, maar de basisarts nuanceerde dit tijdens de zitting en stelde dat het om dementie ging zonder verdere specificatie. De rechtbank achtte dit voldoende als grondslag voor voortzetting van de inbewaringstelling.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel omvatte levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en bedreiging van de veiligheid. De rechtbank oordeelde dat voortzetting noodzakelijk en geschikt was en dat er geen minder bezwarende alternatieven waren. Ondanks het verzet van de cliënt werd de machtiging verleend voor zes weken, tot en met 9 april 2021.