Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 september 2021
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 15 december 2021.
Rechtbank Gelderland
Twee broers zijn eigenaar en gebruiker van aangrenzende percelen, waarbij het geschil draait om een zogenaamd recht van koop op een weilandperceel dat in 2001 werd verkocht met een voorkeursrecht. De eiser stelt dat hij een recht van koop heeft en vordert verkoop en levering van het perceel tegen een door een deskundige vast te stellen prijs.
De gedaagde betwist het bestaan van een dergelijk recht en stelt dat alleen een voorkeursrecht is overeengekomen. Tevens voert hij aan dat de koopovereenkomst en leveringsakte niet voorzien in een recht van koop zoals door de eiser bedoeld, en dat sprake is van dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat een recht van koop is overeengekomen dat hem een afdwingbare aanspraak op verkoop geeft. De term 'recht van koop' heeft geen vaste juridische betekenis en er is geen sprake van een koopoptie. De rechtbank interpreteert artikel 18 onder Pro b van de koopovereenkomst als mogelijk een uitnodiging tot onderhandelen, maar niet als een afdwingbaar recht tot verkoop.
Daarom wijst de rechtbank de vorderingen van de eiser af en verklaart in reconventie dat aan de eiser geen beroep op een recht van koop toekomt. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd vanwege hun familierelatie. De vordering tot opheffing van conservatoir beslag wordt eveneens afgewezen omdat het beslag van rechtswege vervalt bij afwijzing van de eis in kracht van gewijsde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot verkoop en levering van het perceel af en verklaart dat geen beroep op een recht van koop toekomt.