Uitspraak
[persoon A] en [persoon B] .
3.Overleg en correspondentie
5.Gevolgen
9.Boete(n), heffingsrente/invorderingsrente
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Gelderland
Eiseres, directeur-grootaandeelhouder van een B.V., tekende met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst (vso) over de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekering (IB/PVV) 2016. De vso werd ondertekend met een verwijzing naar een brief waarin een betalingsregeling en verrekening van een oude rentenota werden besproken.
Eiseres stelde dat sprake was van een wilsgebrek omdat het overeengekomen totaalbedrag van €90.000 ook belastingrente en een betalingsregeling zou omvatten, en dat de aanslag daarom nietig moest worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de vso rechtsgeldig tot stand is gekomen, dat de brief integraal onderdeel uitmaakt van de overeenkomst en dat de aanslag €5.000 te hoog was vastgesteld vanwege een oude rentenota.
Verder wees de rechtbank het beroep op dwaling, dwang en motiveringsgebrek af. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover de aanslag werd verminderd, vernietigde de uitspraak op bezwaar en wees het griffierecht toe aan eiseres.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2016 wordt verminderd met €5.000 en het beroep op wilsgebrek en motiveringsgebrek wordt afgewezen.