De rechtbank Gelderland behandelde een zaak waarin eiseres beroep instelde tegen een aanslag erfbelasting opgelegd aan een derde persoon. De Belastingdienst had aan deze derde een aanslag erfbelasting opgelegd, inclusief belastingrente. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar eiseres ging hiertegen in beroep.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 26a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) alleen belanghebbenden aan wie de aanslag is opgelegd, die de belasting hebben voldaan of van wie de belasting is ingehouden, of tot wie de beschikking zich richt, beroep kunnen instellen. Eiseres viel niet onder deze categorieën.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbende status. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2022.