Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het vonnis van 29 september 2021
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 25 februari 2022.
Rechtbank Gelderland
De voormalig bewindvoerder was van december 2011 tot oktober 2017 belast met het bewind over betrokkene. Goedbewind, de opvolgend bewindvoerder, stelde haar aansprakelijk wegens nalatigheid en vorderde een schadevergoeding van €68.511,29. De rechtbank stelde vast dat de voormalig bewindvoerder op meerdere punten tekort was geschoten, zoals het niet tijdig indienen van stukken voor schuldhulpverlening, het niet aanvragen van kwijtschelding bij DUO, en het te laat schorsen van hobbyauto’s.
De rechtbank oordeelde dat niet alle verwijten tot aansprakelijkheid leiden, vooral vanwege het ontbreken van causaal verband met de schade. Zo werd het niet voltooien van schuldhulpverlening niet als oorzaak van de totale schuldenlast erkend. Wel werd de voormalig bewindvoerder aansprakelijk gehouden voor het niet aanvragen van kwijtschelding DUO (€232,50) en de motorrijtuigenbelasting door te late schorsing van hobbyauto’s (€3.997). Andere schadeposten, zoals vergoeding voor onjuiste tandartsbehandeling en extra werkzaamheden Goedbewind, werden afgewezen.
De rechtbank veroordeelde de voormalig bewindvoerder tot betaling van €4.229,50 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 december 2020. De kosten werden tussen partijen gecompenseerd. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens het ontbreken van bewijs van verrichte incassowerkzaamheden.
Uitkomst: Voormalig bewindvoerder veroordeeld tot betaling van €4.229,50 schadevergoeding met wettelijke rente, overige vorderingen afgewezen.