Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
.
1.De procedure
- het tussenvonnis van 30 juni 2021
- de conclusie van antwoord in reconventie
- een akte houdende vermeerdering van eis in reconventie
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 3 september 2021.
Rechtbank Gelderland
VAP Nederland B.V. werd failliet verklaard en de curator beëindigde de huurovereenkomst met de verhuurder. De verhuurder incasseerde €125.000 uit hoofde van een bankgarantie gesteld door VAP. Omdat de daadwerkelijke schuld lager was, ontstond een creditsaldo van €70.023,74 onder beheer van Cushman.
VDVI had aan de bank een onafhankelijke garantie gegeven voor de schulden van VAP aan de bank en stelde dat het creditsaldo haar toekwam, mede onder beroep op een stil pandrecht op debiteuren van VAP. De curator stelde dat het saldo toekomt aan de failliete boedel van VAP.
De rechtbank oordeelde dat de bankgarantie een lastgevingsovereenkomst is waarbij de bank regresrecht heeft op VAP en dat VAP inningsbevoegd is voor het creditsaldo. VDVI subrogeert niet in de rechten van VAP jegens de verhuurder en kan zich niet beroepen op het pandrecht omdat de vordering pas na faillissement is ontstaan.
De vordering van de curator wordt toegewezen en die van VDVI afgewezen. VDVI wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het creditsaldo van €70.023,74 komt toe aan de curator en niet aan VDVI, die in de proceskosten wordt veroordeeld.