ECLI:NL:RBGEL:2022:171
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek afkoelingsperiode WHOA wegens ontbreken insolventie onderneming
Verzoeker, handelend onder eenmanszaak gericht op maaltijdbezorging, verzoekt om een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet Pro (WHOA) om herfinanciering van onroerend goed mogelijk te maken en executoriale verkoop te voorkomen.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek ziet op privé-schulden van verzoeker en zijn echtgenote, niet op de onderneming zelf, die winstgevend is en geen betalingsproblemen heeft. De verwevenheid van privévermogen met de onderneming is onvoldoende om toepassing van de WHOA te rechtvaardigen.
Belanghebbenden betwisten de toepasselijkheid van de WHOA en wijzen op het ontbreken van een pre-insolventietoestand van de onderneming. De rechtbank oordeelt dat de WHOA alleen geldt voor ondernemingen die insolvent dreigen te raken, wat hier niet het geval is.
Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling. De afkoelingsperiode wordt niet gelast.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek om afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw omdat de WHOA niet van toepassing is op privé-schulden.